|
Rosse Ovenvogel
 
| Kenmerken: |
19 cm lang, ca 57 g zwaar. Een van de bekendste vogels van Zuidoost Brazilië. Zijn verenkleed is bruin tot roestbruin gekleurd, de bovenkant is donkerder dan de onderkant. Keel wittig. Onduidelijke vleugelstreep. De poten zijn zwart, net als het snavelpuntje, verder is de bovensnavel donkerbruin en de ondersnavel wittig of roze. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk gekleurd. |
| Geluid: |
De zang is zeer schel en hoog. Mannetjes en vrouwtjes zingen gewoonlijk een duet. De series zijn ritmisch en uitgerekt, afvallend of oplopend. Als het paar zingt (meestal naast het nest) heffen andere vogels hun kop op, openen de snavels, fladderen met half uitgespreide vleugels en trillen over het hele lijf. |
| Leefruimte: |
De rosse ovenvogel leeft in velden en aan bosranden. Hij is op grote boerderijen in het zuiden en zuidoosten van Brazilië te vinden, ook in parken en door mensen bewoonde gebieden. De vogel is meestal op de grond te vinden. |
| Verspreiding: |
De rosse ovenvogel komt voor in de open landschappen van Oost en Midden Brazilië, ook in Bolivia, Paraguay, het noorden van Argentinië en Uruguay. |
| Biologie: |
Hij eet geleedpotigen en regenwormen, in de winter en bij een tekort aan insecten ook zaden. Hij zoekt zijn voedsel hoofdzakelijk op de grond waarbij hij de grond en losse bladeren omdraait. De nesten in de vorm van een oven uit leem zijn onmiskenbaar. Ze zijn zeer goed gebouwd en hebben zelfs een tussenwand. Zowel mannetjes als vrouwtjes helpen bij de nestbouw. Het vochtige leem wordt met de benen en met de snavel samen met mest en stro verwerkt. De bouwtijd hangt van het weer af. Bij goede omstandigheden is het nest binnen een week klaar. Normaalgesproken bouwen de vogels één keer per jaar een nest. |

| |