|
Zwartkop

| Kenmerken: |
14 cm lang, ca. 18 g zwaar. Bovenkant groenbruinig, onderkant en de zijkanten van de kop asgrauw, buik wittig. Onderkant van het vrouwtje bruinig. Het mannetje is glanzend zwart, het vrouwtje heeft een roodbruine band op de kop, die tot de ogen reikt. De zwartkop leeft tamelijk verstopt en valt meestal pas op door zijn zang. |
| Geluid: |
De roep klinkt als een scherp ‘tek tek’, bij opwinding wordt de roep herhaald en klinkt ratelend. De zang is een veelomvattend, relatief lang aanhoudend getjilp. |
| Leefruimte: |
De vogel leeft in tuinen en parken met bosjes en bomen, ook in jonge aanplant en in bossen met lage begroeiing. In Midden Europa is deze zomervogel van midden maart tot eind oktober te vinden. |
| Verspreiding: |
Deze vogelsoort is bijna in heel Europa te vinden, en ook in Azië en delen van Noord Afrika. |
| Biologie: |
Het voedsel bestaat uit insecten, larven en spinnen, in de herfst ook uit bessen. Het nest wordt gebouwd in dichte vegetatie, laag aan de grond, maar ook in bosjes. De als bouwmateriaal gebruikte grashalmen worden om de planten heen gelegd zodat het nest in de vegetatie verankerd wordt. Het vrouwtje legt vier tot zes eieren met een wittige, grijze of bruine basiskleur en asgrauwe en donkerbruine vlekken. De merel broedt één keer per jaar vanaf mei. |
| |