|
Boomleeuwerik
 
| Kenmerken: |
15 cm lang, 26-29 g zwaar. Het verenkleed is onopvallend aardekleurig geverfd. De lichte, aan het achterhoofd samenkomende strepen boven de ogen en het donkere teken op de vleugel vallen meteen op. |
| Geluid: |
De roep van de boomleeuwerik klinkt als een melodisch ‘toeloeiet’ of ‘loe-ieet’. In de zang is ‘lulululu’-gekwetter en een aflopend ‘lurelurelure’ ingebouwd. De boomleeuwerik zingt vanuit een uitkijkpost (boomtop) en draagt zijn lied in cirkelende zangvlucht voor. |
| Leefruimte: |
De boomleeuwerik is in zanderige heidegebieden te vinden, in ruime sparrenheiden en aan bosranden. In Midden Europa deeltrekker van maart tot oktober. |
| Verspreiding: |
De boomleeuwerik is over bijna heel Europa verspreid. In het zuiden begrenzen Noordwest Afrika en Klein Azië het verspreidingsgebied. |
| Biologie: |
Het nest wordt in een kuil in de grond gebouwd. Het vrouwtje legt meestal 4-5 eieren die wittig, grijzig of zandkleurig zijn met bruine tot paarse stippen en enkele bleke vlekken. Het vrouwtje broedt in april, in mei/juni voor de tweede keer. |
| |