Tuinfluiter

Gartengrasmücke 

Kenmerken: Een onopvallende vogel, 14 cm lang, 17-19 g zwaar. De bovenkant van zowel mannetjes als vrouwtjes is bruin, de onderkant wat lichter bruin. De poten zijn loodgrijs.
Geluid: De lokroep klinkt als een ‘tsjek, tsjek, tsjek’, angstige geluiden als ‘wèt, wèt, wèt’. Men hoort ook een ‘tsjurr’. Lang aanhoudende en welklinkende zang.
Leefruimte: Leeft in loofbossen en gemengde bossen met rijke laagbegroeiing, ook in velden, heggen en parken met veel bomen en bosjes. In tuinen vindt men de tuinfluiter ondanks zijn naam amper. In Midden Europa is hij een zomervogel (eind april tot september/oktober).
Verspreiding: De tuinfluiter is in grote delen van Europa en in Azië verspreid.
Biologie: Eet insecten en spinnen, aan het einde van de zomer en in de herfst ook bessen. Het nest wordt losjes in elkaar gezet met halmen. Het bevindt zich dicht bij de grond in dichte plantenbestanden en bosjes. Het vrouwtje legt drie tot vijf variërend gekleurde eieren; basiskleur wittig tot zwak bruinig met bruine en grijze vlekken, aan de stompe kant vaak wat dichter gevlekt. De tuinfluiter broedt meestal één keer per jaar, soms twee keer, vanaf midden mei.

 

 

 

Inheemse zangvogels

Als u meer over een inheemse zangvogel wilt weten, klik dan op de gewenste vogel.

1. Merel
2. Zanglijster
3. Zwartkop
4. Tuinfluiter
5. Roodborstje
6. Nachtegaal
7. Blauwborst
8. Gekraagde Rood...
9. Withalsvliegen...
10. Fitis
11. Boomleeuwerik
12. Wiwlwwaal

 

 

 

 

DeutschSchweizAustriaHungarianenglishswedenNetherlandsFranceBelgiumAustralia