|
Velduil
 
| Kenmerken: |
37-39 cm lang, spanwijdte van 0,95-1,10 m. Verenkleed licht geelbruin gekleurd, waarbij de bovenkant licht en donker gemarmerd is, de onderkant krachtig donker gestreept. Mannetjes en vrouwtjes hebben dezelfde kleur. De uil is niet alleen in de schemering en ’s nachts actief, maar ook overdag. Zit meestal op de grond, maar ook op paaltjes in de wei. |
| Geluid: |
In de paringstijd roept de uil ‘poe, poe, poe’ -strofen die meestal tijdens de vlucht ten gehore worden gebracht. Tijdens de paringsvlucht is vaak vleugelgeklapwiek te horen – een duidelijk instrumentaal geluid. Roep hoog en keffend, meestal tijdens de broedtijd en dan in de buurt van het nest. |
| Leefruimte: |
De velduil is vaak te vinden in moerassen, heidegebied en duinen. Buiten de broedtijd om ook in velden. Zomervogel, in Midden-Europa te vinden van maart tot oktober. |
| Verspreiding: |
Midden en Noord Europa, Azië, Noord Amerika, in het zuiden van Zuid Amerika. |
| Biologie: |
Uilen zijn schemerings- en nachtactieve roofdieren. De velduil jaagt met name op kleine zoogdieren zoals veldmuizen, daarnaast ook op ander klein gedierte. Bouwt zijn nest op de grond in de vegetatie, het nest spaarzaam bekleed. 7-10 witte eieren, vanaf begin april, broedt meestal 1 keer per jaar. |
| |