|
Zwarte specht
 
| Kenmerken: |
Met 45-47 cm lengte zo groot als een kraai en veruit de grootste Europese specht. Effen zwart verenkleed. Het mannetje heeft een rode kopplaat, het vrouwtje alleen maar een rode achterkop. Veren achter aan de kop iets langer. Ogen geel, net als de krachtige snavel. Klimt met spreidsprong. |
| Geluid: |
Klagend en lang gerekt ‘whie jee’, tijdens de paringstijd herhaaldelijke series van roepen, die als ‚kruu, kruu, kruu’ klinken, meestal te horen tijdens de vlucht. Trommelt met 17 slagen per seconde 2-3 keer per minuut. Het kloppen van de specht is een goed voorbeeld van instrumentaal geluid bij vogels. |
| Leefruimte: |
Oude bomen in naald- en gemengde bossen, ook in zuivere loofbossen. |
| Verspreiding: |
Over het midden, noordelijk en zuidoostelijk deel van Europa en verdere delen van Midden Azië verspreid. |
| Biologie: |
Eet mieren en andere insecten zoals schorskevers, daanaast spinnen en ander klein gedierte. Timmert zeer ruime holen waar hij in kan kruipen, meestal op tamelijke hoogte boven de grond (8-15 m, maximaal 25m) Hol meestal in 80-100-jarige beuken en sparren met een stamdoorsnede van meer dan 35 cm. 3-5 witte, glanzende eieren. Legt vanaf maart/april, éénmaal per jaar. |
| |