|
Purperkoet
 
| Kenmerken: |
45-50 cm lang, blauw tot turkoois verenkleed, onder de staart witte veren. Snavel en voorhoofd rood, benen rood. Stuiptrekt vaak met de staart. Blijft meestal in de vegetatie en is slechts zelden op vrije wateren te zien. |
| Geluid: |
Veelvuldig roepen bij opwinding en dreiging. Als gezang een herhaald ‘čquinquinkrrrč’ of ’čoeboe-rčikč’. De vogel laat zich voornamelijk s nachts horen. |
| Leefruimte: |
Bewoont moerasgebieden en dichte, niet te hoog begroeide oeverzones bij staande en stromende wateren. |
| Verspreiding: |
In delen van zuidelijk Europa en Azië, Afrika ten zuiden van de Sahara, delen van Australië, Nieuw-Zeeland. |
| Biologie: |
De vogel eet plantendelen, daarnaast klein gedierte zoals wormen, insecten en slakken. Het nest is ruim gebouwd uit stokjes en bladeren en is goed verstopt in de vegetatie. Het vrouwtje legt vanaf eind maart 2-5 roomkleurige tot lichtbruinige eieren met roodbruine en grijze vlekken. |
| |