|
Keizerarend
 
| Kenmerken: |
72-83 cm lang, spanwijdte 1,90-2,10 m. Donkerbruin verenkleed, bij de kop lichter bruine en witte vlekken op de schouders. |
| Geluid: |
Vogel roept graag. Men hoort vooral diepe, blaffende, ‘owk, owk, owk’ geluiden. Bij opwinding schelle op- en aflopende trillers. |
| Leefruimte: |
Bewoner van overwegend open steppelandschappen. Vooral te vinden in het laagland. |
| Verspreiding: |
Iberisch schiereiland (vogels uit deze streek ook als eigen soort beschreven) en een klein gebied in noordwestelijk Afrika, delen van de Balkan en Midden Azië. |
| Biologie: |
Jaagt voornamelijk op kleine zoogdieren zoals hamsters en grondeekhoorntjes, maar ook op vogels en reptielen, amfibieën en grote insecten. Bouwt een groot nest uit takken en twijgen in de hoogste boomtoppen. Legt vanaf april 2-3 witte tot roodbruinige eieren met grijsbruine en paarse vlekken. Broedt 1 keer per jaar. Broedtijd 43 dagen, jongen verlaten vanaf 2 maanden het nest. |
| |