|
Tinguac
 
| Kenmerken: |
20 cm lang, 43 g zwaar. Slanke vogel met lange, krachtige, gebogen snavel en ernstige uitdrukking. Roodachtig lijf, kaneelkleurige staart en effen grijze capuchon. De snavel is botkleurig, de ogen zijn bruin, de poten zijn donker. Bij jongen is de snavel zwart. |
| Geluid: |
Het geluid is zeer afwisselend. Als zang hoort men een aanhoudende en oplopende serie van scanderende fluittonen, eindigend met een lage toon. Bij opwinding beweegt de vogel zijn staart langzaam naar voren en dan naar boven, zonder deze te openen. |
| Leefruimte: |
De tinguac leeft in bossen van laaglanden en bergen, van boomtoppen tot naar beneden op de grond. Hij zoekt zijn voedsel op de grond en door op rot hout te kloppen. |
| Verspreiding: |
Verspreid over de kustwouden van Brazilië, van Zuid-Bahia tot in het noordoosten van Santa Catarina. |
| Biologie: |
Deze vogelsoort bevindt zich meestal in gemengde groepen en eet insecten (zoals mieren en vlinders), kleine amfibieën en vruchten. Het nest heeft de vorm van een vlakke, ruime kom en is solide gebouwd. De wand bestaat uit fijne wortels en mos en is met fijne bladeren bekleed. Het nest wordt in kuilen aan heuvels of in ca 20 cm diepe boomholten gebouwd, verstopt in de vegetatie. Het vrouwtje legt 4 rode eieren met grijsrode en wittig blauwe vlekken. |

| |