|
Roodborstje

| Kenmerken: |
14 cm lang, ca 18 g zwaar. De bovenkant is olijfkleurig, de onderkant grijsbruin. Borst, zijkanten van de kop en voorhoofd zijn diep oranje met een blauwige rand. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk gekleurd. Jonge vogels hebben geen rode keel, het verenkleed is donkerbruin met geelbruine vlekken, borst bruinig gewolkt. Oogt wat ronder. Trilt met staart en vleugels, vaak dicht bij de grond te vinden. |
| Geluid: |
Roept scherp ‘tsjik’, vaak door een ‘knippen’ gevolgd, daarnaast een ijl ‘tsjie’. De afwisselende, melancholisch lijkende zang begint met hoge, scherpe tonen en eindigt met fluitende, parelende, aflopende passages. |
| Leefruimte: |
Leeft in grote tuinen, parken, loof- en naald- en gemengde bossen met lage begroeiing. Veel roodborstjes blijven gedurende de winter in Midden Europa (deeltrekkers) en komen naar voederplaatsen. |
| Verspreiding: |
Roodborstjes zijn over bijna heel Europa en Voor Azië verspreid. |
| Biologie: |
Zij eten insecten, wormen, slakken en kleine diertjes, maar ook bessen. Het nest bestaat uit plantenmateriaal en wordt tussen boomwortels en in andere holen gebouwd. Het vrouwtje legt vijf tot zeven lichtgekleurde eieren met variërende donkere vlekken. Het vrouwtje legt twee keer per jaar, vanaf eind april/begin mei. |
| |