Wielewaal

Pirol

Kenmerken: 24 cm lang, 68-75 g zwaar. De mannetjes zijn onmiskenbaar: ze hebben een prachtig geel verenkleed, zwarte vleugels en een zwart gekleurde staart met gele hoeken. Een brede, zwarte streep loopt vanaf het oog naar de roodachtige snavel. Het vrouwtje is onopvallend gekleurd: bovenkant groenig,de onderkant witgroenig met rijen van donkerdere vlekken; vleugels en staart zijn donkergroen, staart met gele hoeken; snavel net als bij het mannetje roodachtig.
Geluid: De volle, luide, als ’wiela-wieoo’ klinkende fluitstrofen van zijn zang verraden de aanwezigheid van de wielewaal. Bij opwinding hoort men ook ruige, krassende geluiden.
Leefruimte: De wielewaal is in loofbossen in het laagland te vinden, maar ook in parken met veel bomen. In Midden Europa is hij als zomervogel en van mei tot begin september te vinden.
Verbreitung: Verspreiding: De soort is van Midden- en Zuid-Europa tot in Azië en in delen van Noord Afrika verspreid.
Biologie: De vogel eet insecten, hun larven en ook bessen. Hij nestelt in hoge bomen. Het nest wordt loodrecht in vertakkingen opgehangen en kunstig gevlochten. Het vrouwtje legt vanaf midden mei één keer per jaar witroze eieren die fijntjes bruinig of zwart gevlekt zijn.

 

 

Inheemse zangvogels

Als u meer over een inheemse zangvogel wilt weten, klik dan op de gewenste vogel.

1. Merel
2. Zanglijster
3. Zwartkop
4. Tuinfluiter
5. Roodbordtje
6. Nachtegaal
7. Blauwborst
8. Gekraagde Rood...
9. Withalsvliegen...
10. Fitis
11. Boomleuwerik
12. Wiwlwwaal

 
© 2011 KooKoo