|
Papegaaiduiker
 
| Kenmerken: |
26-29 cm lang. Zwarte bovenkant, witte onderkant, stralend oranjerode zwempoten. Karakteristiek is de grote, driehoekige, van de zijkant samengedrukte snavel. Snavel tijdens de broedtijd rood, blauw en geel (vandaar de naam!), buiten de broedtijd kleiner en bleker. Snelle, scheurende vlucht, snelle vleugelslagen.Gezellige groepsspelen op het water en groepsrondvluchten. |
| Geluid: |
Slechts zelden te horen, diep knorrend ‘orrr’. Het knorren is ook vanuit de broedholen in de grond te horen. |
| Leefruimte: |
Zeevogels, alleen tijdens de broedtijd aan land (subarktische en arktische rotskusten). |
| Verspreiding: |
Skandinavië, Spitsbergen, Noord-Frankrijk, Groot-Brittanië, Ierland, IJsland, Groenland, oostkust Noord-Amerika, Nova Sembla. |
| Biologie: |
Eet overwegend vis, daarnaast ook kreeftachtigen, wormen en weekdieren. Tijdens het duiken komt hij vooruit met behulp van de vleugels en stuurt met de voeten. Broedt in holen die hij in de grond aanlegt of gebruikt al bestaande holen. Legt 1 wittig ei met fijne, lichtbruine vlekken; het ei wordt op de kale grond gelegd, soms met weinig nestmateriaal. De broedtijd begint eind april, de meeste jongen verlaten de broedplaats vliegend. |
| |